Veelgestelde vragen
Vergunningverlening
Inhoud pagina: Veelgestelde vragen
1. Moet de vergunningverlener controleren of het bedrijf voldoet aan zijn REACH-verplichtingen voor stoffen en/of mengsels?
Nee. De handhaving van REACH is een gezamenlijke taak van de VROM-Inspectie, de Arbeidsinspectie en de Voedsel- en Warenautoriteit. Vergunningverleners hoeven dus niet te controleren of de stoffen en/of mengsels in de aanvraag conform REACH zijn geregistreerd. Wel moeten zij toetsen of de informatie in de aanvraag niet in strijd is met de autorisatieplicht (bijlage XIV) of de restricties (bijlage XVII) van REACH. Vergunningverleners mogen in de vergunning geen voorschriften opnemen die daarmee in strijd zijn.
2. Hoe moet de vergunningverlener omgaan met stoffen op de kandidatenlijst voor autorisatieplichtige stoffen?
Stoffen die op de kandidatenlijst voort autorisatieplichtige stoffen staan zijn stoffen die door hun effecten op het milieu en of de gezondheid van zeer ernstige zorg zijn. Ook al staan deze stoffen (nog) niet op de lijst met autorisatieplichtige stoffen (Bijlage XIV REACH), de emissie van deze stoffen naar het milieu moet zo laag mogelijk zijn. Een vergunningverlener kan daarmee in zijn voorschriften rekening houden. Bovendien moet de vergunningverlener het bedrijf er op wijzen dat hij stoffen van zeer ernstige zorg gebruikt en in overweging geven om deze stoffen te vervangen door minder schadelijke alternatieven. Er is namelijk een reële kans dat deze stoffen op de lijst met autorisatieplichtige stoffen terecht komen (bijlage XIV van REACH) waarna het bedrijf voor elk gebruik een autorisatie bij de ECHA moet aanvragen (zie ook de FAQ over de autorisatieplicht).
3. Hoe moet een vergunningverlener omgaan met stoffen op de lijst met autorisatieplichtige stoffen (Bijlage XIV)?
In deze situatie is het advies dat de vergunningverlener overlegt met het bedrijf over de nieuw ontstane situatie. Het bedrijf kan besluiten om de stof te blijven gebruiken en een aanvraag voor autorisatie in te dienen. Het bedrijf kan ook besluiten om het gebruik van de stof te stoppen voordat het verbod van kracht wordt.
4. Kan een vergunningverlener vertrouwelijke REACH-informatie krijgen?
Ja, vergunningverleners kunnen van een bedrijf alle informatie opvragen die nodig is voor de beslissing op de aanvraag, ook al is deze informatie onder REACH als vertrouwelijk aangewezen.
5. Moeten vergunningen worden herzien nu REACH geldt?
Ja, in een deel van de gevallen moet de vergunningverlener de vergunning herzien, maar dit hoeft niet direct te gebeuren. Vanwege de rechtstreekse werking van REACH kan een situatie ontstaan dat bestaande vergunningvoorschriften verder of juist minder ver gaan dan REACH. In gevallen waarbij de vergunningvoorschriften verder gaan dan de verplichtingen uit REACH, blijven de vergunningvoorschriften geldig en ontstaat geen probleem.
Als bij een bestaande vergunning de voorschriften minder ver gaan dan de verplichtingen uit de REACH, blijft de vergunning voor het deel dat in strijd is met REACH buiten toepassing. In dat geval gelden de verplichtingen uit REACH. Belangrijk is dat REACH op termijn kan leiden tot veel revisies van vergunningen maar dat dit, vanwege de gefaseerde inwerkingtreding, over een langere termijn gespreid zal zijn.
6. Moet de vergunningverlener de juistheid van de door het bedrijf verstrekte REACH- informatie controleren?
Nee. Vergunningverleners hoeven de verstrekte informatie niet te controleren. Zij kunnen wel de hoeveelheid en juistheid van de gegevens controleren. Hiervoor kunnen zij het openbare deel van de database van het ECHA raadplegen. Ook kunnen zij gebruik maken van andere databases zoals de website http://www.stoffen-risico.nl/.
7. Mag de vergunningverlener om extra informatie vragen?
Ja, dat mag. De vergunningverlener moet dan bij het bedrijf een formeel verzoek voor aanvullende informatie indienen. Fabrikanten en importeurs moeten in ieder geval beschikken over de informatie uit het registratiedossier. De hoeveelheid informatie is afhankelijk van de tonnage van de geprodudeerde of geímporteerde stof.. In het overzicht met REACH-data staat over welke REACH-informatie een bedrijf moet beschikken en welk deel van deze informatie van belang is voor de vergunningaanvraag. Als de vergunningverlener na een verzoek om aanvullende informatie van mening blijft dat hij te weinig gegevens heeft om een beschikking op te stellen, kan hij de vergunningaanvraag niet in behandeling nemen
8. Mag een vergunningverlener in de vergunning eisen opnemen die verder gaan dan de REACH-verplichtingen?
Ja, dat mag. Dit kan vooral worden ingegeven door andere internationale verplichtingen (zoals OSPAR, POP-verordening, IPPC, KRW of KRL) of als lokale omstandigheden daartoe aanleiding geven. REACH houdt geen rekening met lokale differentiatie. Van belang is daarbij ook dat REACH weliswaar invloed heeft op emissies, maar geen specifieke emissievoorschriften bevat, terwijl de Wm- en Waterwet-vergunning dergelijke voorschriften wel bevatten.
9. Moet een vergunningverlener de extra REACH-informatie gebruiken bij het opstellen van de vergunning?
Nee, dit is niet verplicht maar het kan natuurlijk wel. Met REACH is de primaire verantwoordelijkheid voor het verantwoord omgaan met stoffen verschoven van overheid naar bedrijfsleven. Niet de vergunningverlener maar het bedrijf is verantwoordelijk voor het veilig werken met chemische stoffen. Het bedrijf moet er voor zorgen dat de risicobeheersmaatregelen die hij opneemt in zijn aanvraag overeenkomen met de risicobeheersmaatregelen die onder REACH voor het gebruik van die stoffen en mengsels worden voorgeschreven.
Vergunningverleners mogen verwachten dat bedrijven de extra informatie die door REACH beschikbaar komt, meenemen in hun vergunningaanvraag. Vergunningverleners kunnen deze informatie gebruiken bij het beoordelen van de aanvraag en het opstellen van de vergunning. In het overzicht met REACH -informatie staat welke stofinformatie voor een geregistreerde stof in het kader van REACH beschikbaar is. In dit overzicht staat ook welke informatie van belang is voor de Wm- of Waterwet-vergunning.
10. Heeft REACH ook consequenties voor bedrijven die vallen onder het Activiteitenbesluit?
Ja. Ook bedrijven die onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) vallen, hebben met REACH te maken als ze chemische stoffen produceren, importeren of gebruiken.
In het Activiteitenbesluit heeft het bevoegd gezag voor een aantal activiteiten concreet de mogelijkheid om ter beperking van emissies naar de lucht of water maatwerkvoorschriften te stellen per activiteit. Voor deze activiteiten is in artikel 1.15 van het besluit een algemene informatieverplichting opgenomen. Dit betekent dat het bevoegd gezag voor het opstellen van maatwerkvoorschriften een bedrijf kan vragen om de extra stofgegevens, die door REACH beschikbaar zijn gekomen, beschikbaar te stellen aan het bevoegd gezag.
11. Moet de vergunningverlener een aanvraag in behandeling nemen en mag hij een vergunning afgeven zolang het gebruik nog niet door de Europese Commissie geautoriseerd is?
Dat hangt af van de situatie. Bij elke autorisatieplichtige stof staat een tijdstip waarop een bedrijf dat een autorisatieplichtige stof wil (blijven) produceren of gebruiken zijn aanvraag voor autorisatie bij het ECHA moet indienen. Dit tijdstip is ten minste 18 maanden voordat het verboden is de stof zonder autorisatie te produceren of te gebruiken. Nadat de stof verboden wordt, is voortzetting van het gebruik toegestaan als ECHA nog geen besluit heeft genomen over de autorisatie-aanvraag die op tijd is ingediend.
Hoe hiermee in de Wm- of Waterwet-vergunningaanvraag moet worden omgegaan, is afhankelijk van de situatie. Hieronder worden drie situaties geschetst.
Situatie 1: een bedrijf wil een autorisatieplichtige stof gebruiken of produceren waarvan de verbodsdatum nog niet is ingegaan en het tijdstip voor het indienen van de autorisatie-aanvraag om gebruik te maken van de overgangsregeling is nog niet verstreken.
In deze situatie kan de vergunningverlener eisen dat bij de aanvraag voor de vergunning ook een afschrift van de aanvraag voor autorisatie bij het ECHA wordt overlegd. Het bedrijf kan in deze situatie ook de overgangsregeling in REACH gebruiken en mag dus de stof gebruiken zolang er nog geen besluit is genomen over de autorisatie-aanvraag. De vergunningverlener kan bovendien in zijn vergunning opnemen dat het gebruik van de stof is toegestaan onder de voorwaarden die de Europese Commissie verbindt aan het gebruik van de autorisatieplichtige stof.
Situatie 2: een bedrijf wil een autorisatieplichtige stof gebruiken of produceren en de verbodsdatum van de stof is nog niet ingegaan. Echter, het tijdstip voor het indienen van de autorisatie-aanvraag om gebruik te maken van de overgangsregeling is wel verstreken.
In deze situatie kan het bedrijf geen gebruik maken van de overgangsregeling voor autorisatieplichtige stoffen in REACH. Het bedrijf mag de stof dan ook na de verbodsdatum niet gebruiken of produceren zolang geen autorisatie is verleend. Deze beoordeling van de autorisatie-aanvraag kan, vanaf het moment dat de aanvraag bij het ECHA binnen is, bijna twee jaar in beslag nemen. In deze situatie is het advies aan de vergunningverlener om geen toestemming te verlenen voor de productie of het gebruik van de stof. De vergunningverlener kan het bedrijf adviseren om nadat de autorisatie verleend is, een revisie van de vergunning aan te vragen.
Situatie 3: een bedrijf wil een autorisatieplichtige stof gebruiken of produceren en de verbodsdatum van de stof is al ingegaan.
In deze situatie kan de vergunningverlener geen toestemming verlenen voor de productie of het gebruik van de stof en moet hij het bedrijf adviseren om te wachten met zijn vergunningaanvraag tot een positief besluit is genomen door de Europese Commissie over een aanvraag om autorisatie.
