4.6 Activiteitenbesluit
Vergunningverlening
Inhoud pagina: 4.6 Activiteitenbesluit
Met de komst van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, per 1 januari 2008, zijn veel minder bedrijven vergunningplichtig. Het Activiteitenbesluit bevat per type bedrijf algemene regels waaraan bedrijven die onder de werkingssfeer van het besluit vallen, moeten voldoen. Voor alle bedrijven gelden dezelfde regels. Het besluit onderscheidt Type A-, B- en C-inrichtingen.
- Type A: bedrijven waarvan de activiteiten weinig invloed hebben op het milieu. Deze vallen onder het licht regime en hoeven geen melding te doen bij oprichting of wijziging van de inrichting. Bedrijven die onder deze categorie vallen zijn onder andere kantoren, banken, diverse zorginstellingen, huisartsen en peuterspeelzalen.
- Type B: deze bedrijven moeten bij de oprichting of wijziging van de inrichting een melding doen. Dit zijn bedrijven uit onder andere de metaalelektro-industrie, tandheelkundige laboratoria, zeefdrukkerijen en een deel van de afvalverwerkende bedrijven.
- Type C: bedrijven waarvoor de vergunningplicht geldt of waarop een landbouw AMvB van toepassing is. IPPC-bedrijven zijn een uitzondering; zij vallen niet onder het Activiteitenbesluit.
Bij type A-en B-inrichtingen is het bevoegd gezag niet verplicht om vooraf (bij type B via melding van de inrichting) te toetsen of het gebruik en emissies van stoffen voldoet aan de geldende regels. Immers dit is al met de algemene regels ondervangen. Het besluit houdt echter geen rekening met eventueel uit REACH voortvloeiende maatregelen. Bijvoorbeeld zoals die staan in het veiligheidsinformatieblad of het chemischeveiligheidsrapport. Het is wel mogelijk dat het bevoegd gezag voor een aantal activiteiten maatwerkvoorschriften opstelt ter beperking van emissies naar de lucht of water. De REACH risicogetallen kunnen worden gebruikt om te bepalen voor welke activiteiten het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften kan opstellen. Artikel 1.15 van het besluit bevat een algemene informatieverplichting. Het bevoegd gezag kan volgens dit artikel een bedrijf kan verzoeken om de REACH-gegevens te overleggen.
Veel downstream gebruikers vallen onder type A - en B-inrichtingen. Dit zijn dus bedrijven die niet beschikken over de informatie in het registratiedossier maar die wel moeten voldoen aan de voorwaarden die bij de registratie zijn vastgelegd. Hetzelfde geldt voor de autorisatie- en restrictiebepalingen.
Bij Type C-inrichting bestaat de mogelijkheid om via de aanvraag een bedrijf te verzoeken om REACH-gegevens te overleggen. Daarnaast is het volgens artikel 9.3.3 Uitvoeringswet REACH verboden om in strijd te handelen met de bepalingen van de REACH verordening.
