Stap 3: Beoordeling volledigheid

Stap 3: Beoordeling volledigheid

Vergunningverlening

Inhoud pagina: Stap 3: Beoordeling volledigheid

Het bevoegd gezag beoordeelt of aanvraag inclusief onderliggende informatie toereikend is.

Actie bevoegd gezag
Beoordeel de bruikbaarheid en volledigheid van de gegevens en vraag bij onvolledige informatie om aanvullende informatie. Het weigeren van een vergunning wegens onvoldoende inzicht in de nadelige gevolgen van de activiteiten voor het milieu, kan strijdig zijn met artikel 3:2 Awb. Dit is het geval als het bevoegd gezag de aanvrager niet in de gelegenheid stelt om zijn aanvraag conform artikel 4:5 Awb aan te vullen.

Bij de beoordeling van de volledigheid is onderscheid te maken tussen gegevens die de aanvraag moeten bevatten volgens REACH en overige gegevens. De informatie is in ieder geval onvoldoende als een bedrijf bij de aanvraag niet alle voor de aanvraag relevante informatie verstrekt, waarover hij volgens REACH zou moeten beschikken. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de informatie die minimaal aanwezig moet zijn bij de aanvrager op grond van REACH. Het is echter niet zo dat als een bedrijf aan REACH voldoet, dit automatisch betekent dat de vergunningaanvraag voldoende gegevens bevat. Dat is het geval bij bepaalde stofgroepen die uitgezonderd zijn van de registratieplicht, onderwerpen die niet onder de werkingssfeer van REACH vallen en voor stoffen die nog niet zijn geregistreerd. In die gevallen is er (nog) geen REACH registratiedossier en beschikt de aanvrager niet over alle informatie. Het bedrijf moet dan op een andere manier ervoor zorgen dat de aanvraag volledig is. Indien gewenst kan de vergunningverlener het openbare deel van de database van het Agentschap met geregistreerde stoffen raadplegen om de gegevens te controleren. Dit is echter niet verplicht. Vergunningverleners kunnen voor informatie over stoffen ook andere databases gebruiken zoals de website http://www.stoffen-risico.nl/. In bijzondere gevallen kunnen zij ook terecht bij het stoffenexpertisecentrum (SEC) van het RIVM.

Resultaat beoordeling op volledigheid
Bij de beoordeling op volledigheid kunnen (na een eventueel verzoek om aanvullende informatie) twee situaties ontstaan:
1. De aanwezige informatie is onvoldoende om een beslissing over de vergunningaanvraag te nemen.
2. De informatie is voldoende om een beslissing over de vergunningaanvraag te nemen.

Situatie 1: Onvoldoende informatie voor beslissing over vergunning
Neem de vergunningaanvraag niet in behandeling indien de aanvrager, ook na een verzoek om aanvulling, onvoldoende informatie verstrekt.

De overlegde informatie is in ieder geval onvoldoende als een bedrijf bij de aanvraag niet alle voor de aanvraag relevante informatie verstrekt, waaronder de informatie waarover hij volgens REACH moet beschikken.

Fabrikanten en importeurs van chemische stoffen moeten beschikken over het volledige registratiedossier (met inachtneming van de overgangstermijnen voor registratie, zie tabel 1 onder 2.1 van deze handreiking). Bij gebruikers van chemische stoffen en distributeurs zijn deze REACH-gegevens niet aanwezig in de vorm van een registratiedossier. Echter, ook zij beschikken over relevante gegevens uit het registratiedossier. Die informatie is verwerkt in de veiligheidsinformatiebladen van de stoffen die ze gebruiken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om gegevens over de toelaatbaarheid van de blootstelling van werknemers en emissies naar het milieu en de nodige beheersmaatregelen.

Ook als de aanvrager alle stoffengegevens heeft overlegd die hij volgens REACH moet hebben, kan een situatie ontstaan dat de aanvraag onvolledig wordt verklaard. Dit kan het gevolg zijn van andere wettelijke verplichtingen (afval, opslag en bodem) en de emissiesituatie van de inrichting. Hieronder staat een niet-limitatieve lijst van deze stofgerelateerde onderwerpen die relevant zijn voor de vergunning en die REACH niet of nauwelijks beïnvloedt:

  • Afvalstoffen vallen niet onder REACH. De verordening is dus niet van invloed op vergunningvoorschriften gericht op de behandeling, de opslag, de scheiding of de preventie van het ontstaan van deze stoffen. Wat een afvalstof is wordt gedefinieerd in de Kaderrichtlijn Afvalstoffen. Als de verwerking van afvalstoffen resulteert in de productie van andere chemische stoffen, mengsels of voorwerpen, dan zijn de REACH-bepalingen wel hierop van toepassing. De bepalingen gelden niet wanneer de teruggewonnen stof dezelfde is als een reeds geregistreerde stof onder de voorwaarde dat:
    1. de teruggewonnen stof dezelfde is (fysische en chemische samenstelling) als de eerder geregistreerde stof en,
    2. bij de inrichting waar de terugwinning plaatsvindt een VIB aanwezig is.
    Bedrijven die stoffen terugwinnen uit afval (en dat zijn ook veel afvalverwerkers) moeten volgens REACH wel aantonen dat de stoffen die zij terugwinnen al zijn geregistreerd al dan niet door de afvalverwerker zelf.
  • Voor het opstellen van de vergunningvoorschriften over de opslag van gevaarlijke stoffen zijn de richtlijnen uit de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS-richtlijnen) opgesteld. De indeling van gevaarlijke stoffen in bijvoorbeeld de richtlijn PGS15 is gebaseerd op de ADR-indeling van een stof. Als gevolg van de nieuwe regels van de Europese verordening over indeling, etikettering en verpakken van chemische stoffen en mengsels (EU-GHS/CLP) en de afstemming daarmee met REACH, kunnen bepaalde stoffen en mengsels (preparaten) een andere indeling krijgen. Het bedrijf kan dus gegevens over de indeling overleggen die afwijkt van de oude indeling of de ADR-indeling. Echter, de vergunningvoorschriften kunnen alleen wijzigen als vanuit de PGS-richtlijnen, voor de andere indeling ook andere voorschriften gelden. Zie hoofdstuk 3 voor een toelichting op EU-GHS/CLP.
  • Voor het onderwerp brandveiligheid worden in een vergunning voorschriften opgenomen over onder meer de brandblusmiddelen. Deze voorschriften zijn vooral gericht op onderhoud, keuring en plaatsing en niet op het vrijkomen van de brandblusmiddelen. Deze voorschriften worden ook niet door REACH beïnvloed.
  • Voor het onderwerp bodem geldt dat elke emissie naar de bodem als een verontreiniging wordt gezien die tegen moet worden gehouden door het invoeren van verplichte maatregelen zoals vloeistofdichte vloeren en overdekte spoelplaatsen, behalve als het bedrijf kan bewijzen dat de geëmitteerde stoffen niet als verontreiniging moeten worden gezien. Hierbij kan de REACH-informatie voor de aanvrager mogelijk als onderbouwing dienen. REACH bevat bijvoorbeeld in bijlage IV stoffen die minimale risico's hebben. In bepaalde situaties kan het bedrijf beweren dat op grond van de eigenschappen en de minimale risico's, de emissie van deze stoffen naar de bodem is toegestaan.
  • Stoffen die ongewenst vrijkomen. Deze vallen niet onder REACH maar zijn wel relevant voor de Wm en het prioritaire stoffen beleid (zie hoofdstuk 4).
  • Stoffen en situaties waarvoor een vrijstelling geldt van de registratieplicht (bijv. stoffen < 1 ton per jaar, afvalstoffen, stoffen in bijlagen IV en V van REACH of polymeren). Een overzicht van stoffen en situaties waarvoor een uitzondering geldt binnen REACH vindt u in bijlage 1.
  • In de inrichting worden stoffen geproduceerd of gebruikt waarvan de registratietermijn nog niet is verlopen(zie ook tabel 1).
  • Plaatselijke omstandigheden (ecosysteem of industriële druk) of andere wettelijke verplichtingen zoals de richtlijn Industriële Emissies (RIE waarin IPPC is opgenomen) en de KRW.

Situatie 2: Voldoende informatie volgens REACH en voor beslissing over vergunning
In dit geval kan de vergunningverlener de vergunningaanvraag verder in behandeling nemen of weigeren. Uit het feit dat een milieuvergunning zal worden verleend kan niet worden afgeleid dat een bedrijf aan REACH voldoet.

De vergunningverlener mag controleren of bedrijven voldoen aan de REACH-verplichtingen (informatieplicht, registratieplicht) maar dit is niet verplicht. Ook een controle van de betrouwbaarheid van de geleverde gegevens is niet verplicht. De vergunningaanvrager is en blijft verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van de overlegde informatie.

De gezamenlijke rijksinspecties: VROM-Inspectie (VI), Arbeidsinspectie (AI) en de nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA) zijn verantwoordelijk voor de handhaving van de REACH-verplichtingen.

Actie bedrijf
De vergunningaanvrager is verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van de informatie in de aanvraag. Hij verwerkt daarin alle relevante informatie die hij volgens REACH beschikbaar moet hebben. Daarnaast overlegt hij informatie over alle andere voor de vergunning relevante gegevens.

 Stap 4: Besluit

 

Hoofdmenu

Zoeken