Veelgestelde vragen
Handhaving
Inhoud pagina: Veelgestelde vragen
- Hoe is de handhaving van REACH en EU-GHS geregeld in Nederland?
- Waarom werken de ILT, de NVWA en de Inspectie SZW wel samen, maar gaan ze niet samen inspecteren?
- Waarom wordt de handhaving van REACH en EU-GHS niet gecoördineerd uitgevoerd met andere (milieu) inspectiebezoeken, bijvoorbeeld de BRZO-inspectie (1 loket, 1 rapportage)?
- In welke Nederlandse wet is REACH en EU-GHS geïmplementeerd?
- Hoe wordt REACH en EU-GHS in Nederland gehandhaafd?
- Hoe is de strafbaarstelling van overtredingen op REACH en EU-GHS geregeld?
- Welke handhavingsinstrumenten kunnen bij de handhaving van REACH en EU-GHS worden ingezet?
- Wat wordt verstaan onder bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten?
1. Hoe is de handhaving van REACH en EU-GHS geregeld in Nederland?
De handhaving van REACH en EU-GHS wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband van drie inspectiediensten, te weten de ILT, de Inspectie SZW en de NVWA. Aan de uitvoering van de handhaving dragen ook bij het Staatstoezicht op de Mijnen (die het integrale toezicht op beide verordening op het continentaal plat uitvoert) en de Douane (die importcontroles uitvoert). Indien daar aanleiding voor is, wisselen de inspectiediensten toezichtsinformatie uit met de ILT (voormalig Inspectie Verkeer en Waterstaat).
2. Waarom werken de ILT, de NVWA en de Inspectie SZW wel samen, maar gaan ze niet samen inspecteren?
Voor de vermindering van de toezichtlast bij bedrijfsleven is afgesproken dat conform de principes van Eenduidig Toezicht en ketenhandhaving ieder inspectiedienst bij hun eigen doelgroepen in de keten alle aspecten van REACH en EU-GHS controleren en handhaven. Deze aspecten hebben betrekking op zowel milieu, consumentenveiligheid als arbeidsveiligheid. Daarom is gekozen voor een ‘één-loket'-benadering: per doelgroep is één inspectiedienst het eerste aanspreekpunt en uitvoerder van het toezicht. De resultaten van het toezicht worden binnen het samenwerkingsverband van de inspecties uitgewisseld. Dit leidt tot een optimalisering van het toezicht door de afzonderlijke inspecties. Onder de rubriek publicaties vindt u meer informatie over de handhavingsstrategie.
3. Waarom wordt de handhaving van REACH en EU-GHS niet gecoördineerd uitgevoerd met andere (milieu) inspectiebezoeken, bijvoorbeeld de BRZO-inspectie (1 loket, 1 rapportage)?
De handhaving en toezicht van de REACH en EU-GHS verordening valt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van drie inspectiediensten, de ILT, de NVWA en de Inspectie SZW. In die zin is de handhaving van REACH en EU-GHS gecoördineerd. Andere milieu-inspecties zoals de inspecties op de BRZO-verplichtingen of verplichtingen uit de Waterwet worden niet uitgevoerd door het samenwerkingsverband van genoemde inspecties omdat deze een andere invalshoek hebben.
Voor BRZO en Waterwet ligt het bevoegd gezag bij provincies, gemeenten en waterschappen. Deze autoriteiten zijn daarmee tevens belast met de handhaving hiervan. Er vindt qua planning wel afstemming plaats. In hoofdstuk 18 van de wet milieubeheer staat wel dat het regionale bevoegd gezag toezicht moet houden op de naleving van de voorschriften van REACH en EU-GHS. Hierover worden in de toekomst nog nadere afspraken gemaakt tussen de inspectiediensten en het regionale bevoegd gezag.
4. In welke Nederlandse wet is REACH en EU-GHS geïmplementeerd?
REACH en EU-GHS zijn verordeningen. Ze hebben daarom een directe werking en hoeven niet in de Nederlandse wet te worden geïmplementeerd.
Wel is de nationale wetgeving aangepast aan REACH en uitvoeringsregels opgesteld. Deze staan in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer en hebben vooral betrekking op de strafbaarstelling van overtredingen van REACH en EU-GHS en regelen het toezicht op de naleving van de verordeningen. Daarnaast regelen ze ook de mogelijkheid voor bestuursrechtelijke handhaving en het opnemen van een rechtsgrondslag voor het stellen van aanvullende regels die eventueel nodig zijn voor de uitvoering van REACH en EU-GHS.
5. Hoe wordt REACH en EU-GHS in Nederland gehandhaafd?
REACH en EU-GHS kunnen zowel bestuursrechtelijk en strafrechtelijk worden gehandhaafd. Volgens artikel 18.2 lid 1a en artikel 18.2b, lid 1 en 2 valt de bestuursrechtelijke handhaving van paragraaf 9.2 van de Wet milieubeheer (Wm), REACH en EU-GHS onder de verantwoordelijkheid van ‘Onze betrokken Minister'. Die heeft de taak te zorgen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de bepalingen in de titels 9.1 tot en met 9.4 van de Wm. Onze betrokken Minister is voor zowel voor REACH als EU-GHS de minister van IenM, de minister van VWS en de minster van SZW.
6. Hoe is de strafbaarstelling van overtredingen op REACH en EU-GHS geregeld?
Volgens artikel 1a onder 1º en 2º van de Wet op de economische delicten (WED) is overtreding van de bepalingen in Titel 9.2 en 9.3 en 17.6 van de Wet milieubeheer aangewezen als een economisch delict. Het overtreden van deze artikelen is strafbaar als overtreding of indien opzettelijk begaan (artikel 2 WED) als misdrijf. Bijzondere opsporingsambtenaren (BOA's) zijn bevoegd om opsporingsonderzoek te doen naar overtredingen en daarvoor procesverbaal (pv) op te maken. De strafbaarstelling voor de voorschriften van de REACH en EU-GHS is opgenomen in respectievelijk artikel 9.3.3. lid 1 en 2 en artikel 9.3.3.a lid 1 en 2 van de Wm. In artikel 9.3.3. lid 1 en artikel 9.3.3.a lid 1 staan de ‘zware' en in 9.3.3.lid 2 en artikel 9.3.3.a lid 2 de 'lichte' overtredingen. Handelen in strijd met deze artikelen is een milieudelict als gevolg van WED. Zie ook de pagina ‘Strafbaarstelling'.
7. Welke handhavingsinstrumenten kunnen bij de handhaving van REACH en EU-GHS worden ingezet?
Als geen sprake is van verwijtbaar gedrag en/of een ernstige overtreding, wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven. Dit is een brief waarmee de ondernemer wordt gewezen op geconstateerde overtreding. Hij heeft dan de gelegenheid om deze te corrigeren. Als bij herinspectie blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt, dan zal afhankelijk van de situatie bestuursrechtelijk of strafrechtelijk worden opgetreden. Welk instrument wordt ingezet wordt bepaald door de ernst van de overtreding, zoals is bepaald in de hiervoor genoemde artikelen in de Wm.
8. Wat wordt verstaan onder bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten?
De bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten zijn: bestuursdwang en last onder dwangsom Bestuursdwang betekent het op kosten van de overtreder wegnemen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van wat in strijd met de regels is gedaan of nagelaten.
Met een last onder dwangsom kunnen in principe dezelfde handelingen worden afgedwongen als met bestuursdwang. De overtreder moet betalen als hij weigert de overtreding en/of de gevolgen daarvan ongedaan te maken.
