Strafrechtelijk optreden

Home > Onderwerpen > Handhaving > Sancties > Strafrechtelijk optreden

Strafrechtelijk optreden

Handhaving

Inhoud pagina: Strafrechtelijk optreden

De inspecteurs van de ILT, de NVWA en de Inspectie SZW zijn bevoegd om opsporingsonderzoek te doen naar overtredingen van de bepalingen van REACH en EU-GHS. Ze mogen daarvoor proces-verbaal (pv) opmaken.

Handelen in strijd met de strafbaar gestelde REACH en EU-GHS artikelen is volgens de Wet op de Economische Delicten (WED) een milieudelict.

WED

De WED bepaalt de maximale straf voor milieudelicten. Sinds 1994 bedraagt de maximale gevangenisstraf voor ernstige milieudelicten zes jaar en kunnen rechtspersonen worden bestraft met een geldboete van maximaal € 670.000 per misdrijf.

De milieudelicten staan in alfabetische volgorde in artikel 1a van de WED. Die van REACH en EU-GHS (Wm) artikel 9.3.3. lid 1 en artikel 9.3a.3 lid 1 staan in artikel 1a WED onder 1º en die van 9.3.3. lid 2 en 9.3a.3 lid 2 onder 1a WED onder 2º.

De tabel hieronder geeft per categorie milieudelict een overzicht van de mogelijk op te leggen straffen.

Tabel: overtredingen per milieudelict met bijbehorende straf en verjaringstermijn:

Categorie delict

Misdrijf of Overtreding

Gevangenisstraf/ hechtenis in jaren

Boete in categorie

Verjaring in jaren

1º (zwaar)

M

6

5

12

 

O

1

4

2

2º.(licht)

M

2

4

6

 

O

0,5

4

2

Alleen bij een verdenking van een misdrijf uit de eerste categorie is voorlopige hechtenis mogelijk.

Een boete van de vijfde categorie bedraagt voor natuurlijke personen maximaal € 74.000,--; een boete van de vierde categorie maximaal € 18.500,--.

Op grond van het wetboek van strafrecht kunnen rechtspersonen worden bestraft met een geldboete van de naast hoger gelegen categorie.

Artikel 2 van de WED geeft per categorie aan welke economische delicten uit de artikelen 1 en 1a misdrijven (opzettelijke begaan) en welke delicten overtredingen zijn.

De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 1° en 2°, en artikel 1a, onder 1° en 2°, zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Er is sprake van een overtreding voor zover deze economische delicten geen misdrijven zijn.

Artikel 6 van de WED geeft een opsomming van de hoofdstraffen (gevangenisstraf, hechtenis en geldboete) die kunnen worden opgelegd. Ook kan het wederrechtelijke verkregen voordeel worden afgeroomd. Als het verkregen voordeel hoger is dan een vierde van het maximum van de geldboete, dan kan een geldboete worden opgelegd van de opvolgende categorie. Daarnaast bestaan ontnemingsmogelijkheden als bedoeld in artikel 36e Wetboek van Strafrecht (bijvoorbeeld onttrekking aan het verkeer).

Artikel 7 WED geeft een opsomming van de bijkomende straffen:

  • Tijdelijke gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming.
  • Verbeurdverklaring van voorwerpen genoemd in artikel 33a Wetboek van Strafrecht.
  • Ontzetting uit de rechten genoemd in artikel 28 lid 1 WvS.
  • Ontzegging van bepaalde voordelen.
  • Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Verder zijn er nog een aantal toegepaste maatregelen op grond van artikel 8 WED die kunnen worden opgelegd:

  • Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen.
  • Betaling aan de Staat van een geldbedrag ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen (financiële) voordeel.
  • Onderbewindstelling van de onderneming van de veroordeelde.
  • Verplichting tot verrichting van wat wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van wat wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde.

Wijze van afdoening strafbare artikelen REACH en EU-GHS

Schema I en schema II geven voor REACH en EU-GHS naast de WED categorie-indeling ook de manier van handhaving per artikel weer. In de schema's staat per artikel  welke handhavinginstrument wordt ingezet bij de handhaving.

handhaving
 

Hoofdmenu

Zoeken