Wat is een Veiligheidsinformatieblad?

Home > Onderwerpen > EU-GHS > Relatie met REACH > Veiligheidsinformatiebladen > Wat is een Veiligheidsinformatieblad?

Wat is een Veiligheidsinformatieblad?

EU-GHS

Inhoud pagina: Wat is een Veiligheidsinformatieblad?

Het veiligheidsinformatieblad (Vib) is een document met een voorgeschreven structuur waarin informatie staat over de risico's van een gevaarlijke stof of mengsel. In het Vib staan ook aanbevelingen voor het veilige gebruik van een stof. Artikel 31 en andere artikelen van REACH zijn met de inwerkingtreding van EU-GHS (EG. nr. 1272/2008) gewijzigd of wijzigen de komende tijd.

Bedrijven die stoffen of mengsels in de handel brengen moeten volgens artikel 31 van REACH aan de professionele afnemers een Vib verstrekken (Bijlage II art. 31). De bedoeling daarvan is dat afnemers weten:

  • wat de identiteit van de stof of het mengsel is
  • wat de fysisch-chemische en de gevaarseigenschappen zijn
  • welke risico's - voor de veiligheid, de gezondheid van de mens en het milieu - het gebruik van een stof of mengsel met zich meebrengt
  • hoe ze de risico's kunnen beheersen.       

Het Vib is een belangrijk hulpmiddel bij de informatie-uitwisseling over stoffen in de toeleveringsketen. De informatie-uitwisseling moet in de keten - zowel omhoog als omlaag - leiden tot transparantie en meer inzicht in risico's en de aanbevolen risicobeheersmaatregelen bij het gebruik van stoffen. Het Vib wordt door de werkgever gebruikt om werkinstructies te maken.

Informatie-uitwisseling
Verplichtingen veiligheidsinformatieblad
Veiligheidsinformatieblad op verzoek
Uitzondering voor het verstrekken van een veiligheidsinformatieblad

Informatie-uitwisseling

De REACH verordening (titel IV) verplicht iedereen in de toeleveringsketen, zowel omhoog als omlaag, om informatie uit te wisselen over een stof of mengsel. Een werkgever moet werknemers en hun vertegenwoordigers toegang geven tot informatie over stoffen of mengsels die ze bij het werk gebruiken of waaraan ze kunnen worden blootgesteld (art. 35). De uitwisseling van informatie omlaag in de keten en het informeren van werknemers gebeurt vooral via de veiligheidsinformatiebladen (Vib). Als een Vib niet verplicht is kan de informatievoorziening op een andere manier plaatsvinden.

Gebruikers van een stof hebben het recht hogerop in de keten (distributeur, fabrikant, importeur) informatie over het gebruik van stof, mengsel of voorwerp te verstrekken. Bij voorkeur gebeurt dit bij de voorbereiding van een registratie, omdat dan een bepaald gebruik in de registratie kan worden opgenomen.

Iedereen in de keten moet over een stof of mengsel de volgende informatie doorgeven (art. 34):

  • nieuwe informatie over gevaarlijke eigenschappen, ongeacht het gebruik
  • alle overige informatie die kan leiden tot een herbeoordeling van risicobeheersmaatregelen beschreven in het Vib. (Dit geldt alleen voor het geïdentificeerde gebruik van een stof of mengsel.)         

Voorwerpen
Iedere leverancier van een voorwerp met meer dan 0,1 gewichtsprocent (g/g) van zeer zorgwekkende stoffen of stoffen uit de kandidaat-lijst voor autorisatie, moet zijn afnemers (en op verzoek ook consumenten) van voldoende informatie waaronder ten minste de naam van de stof verstrekken om zo een veilig gebruik van het voorwerp mogelijk te maken (art. 33). Zij moeten de informatie aan consumenten binnen 45 werkdagen na ontvangst van het verzoek, gratis verstrekken.

Verplichtingen veiligheidsinformatieblad

Voor elke stof die als gevaarlijk is ingedeeld, geldt de verplichting om een Vib te verstrekken (art. 31). Een Vib is dus ook verplicht voor bepaalde stoffen en mengsels die zijn opgenomen in de hoofdstukken 8 en 9 van bijlage VI van de Stoffenrichtlijn of artikel 23, bijlage I punt 1.3 .4. van de EU-GHS verordening en waarvoor geen verplichting voor etikettering geldt. Het gaat bijvoorbeeld om metalen in massieve vorm, legeringen, persgassen, mengsels die polymeren bevatten en mengsels die elastomeren bevatten.

Leveranciers van een stof of mengsel zijn verplicht een Vib te verstrekken aan afnemers als de stof:

  • Voldoet aan de criteria gevaarlijke stof of mengsel volgens de Stoffenrichtlijn of de Preparatenrichtlijn. Vanaf 1 december 2010 moet een stof en vanaf 1 juni 2015 een mengsel, voldoen aan de criteria in EU-GHS. 
  • volgens de criteria van bijlage XIII een PBT- of zPzB-stof is
  • om andere dan de hierboven genoemde redenen is opgenomen in de kandidaat-lijst voor autorisatie, bijvoorbeeld omdat de stof hormoonontregelende eigenschappen bezit.         

 Veiligheidsinformatieblad op verzoek

Leveranciers van niet als gevaarlijk ingedeelde mengsels (gasvormig en niet-gasvormig) moeten op verzoek een Vib aan afnemers verstrekken als het mengsel voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

  • niet-gasvormige mengsels: 1 gewichtsprocent of meer bevat ten minste één gevaarlijke stof (art. 31.3 onder a)
  • gasvormige mengsels: 0,2 volumeprocent of meer bevat ten minste één gevaarlijke stof (art. 31.3 onder a)
  • niet-gasvormige mengsels: 0,1 gewichtsprocent of meer bevat ten minste één PBT- of zPzB- stofart. 31.3 onder b)
  • het mengsel bevat een de stof die is opgenomen in de kandidaatlijst van autorisatieplichtige stoffen (art. 31.3 onder b)
  • het mengsel bevat een stof waarvoor in de Europese Unie arbeidshygiënische grenswaarden zijn vastgesteld (art. 31.3 onder c).          

In de betreffende rubrieken moet voldoende informatie worden opgenomen om een veilig gebruik van het mengsel mogelijk te maken.

Uitzondering voor het verstrekken van een veiligheidsinformatieblad

Leveranciers hoeven geen Vib te verstrekken over gevaarlijke stoffen of mengsels die ze verkopen als ze al op een andere manier voldoende informatie beschikbaar stellen om het veilig gebruik van de stoffen of mengsels mogelijk te maken. Als een downstream gebruiker of distributeur daarom verzoekt, moet de leverancier alsnog een Vib verstrekken (art 31.4).

Leveranciers die niet verplicht zijn om een Vib van een stof als zodanig of een mengsel te verstrekken moeten na 1 juni 2007 wel de volgende informatie aan afnemers overleggen (art. 32):

  • het registratienummer van een stof  dat  ECHA heeft verstrekt (als dat beschikbaar is)
  • een vermelding of de stof autorisatieplichtig is en de bijzonderheden over verleende of geweigerde autorisaties
  • bijzonderheden over beperkingen die aan een stof zijn opgelegd
  • andere beschikbare informatie over de stof die nodig is om de juiste risicobeheers-maatregelen te treffen bij het gebruik van de stof.
 

Hoofdmenu

Zoeken