Voortgang prioritaire stoffenbeleid in Nederland

Home > Actueel > Voortgang prioritaire stoffenbeleid in Nederland

Voortgang prioritaire stoffenbeleid in Nederland

Inhoud pagina: Voortgang prioritaire stoffenbeleid in Nederland

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Joop Atsma, heeft de Kamer per brief geïnformeerd over de voortgang van de aanpak van prioritaire stoffen. Prioritaire stoffen worden door de overheid met voorrang aangepakt omdat zij zeer gevaarlijk zijn.

De brief verwijst naar de systematiek voor het aanwijzen van prioritaire stoffen. Deze is gebaseerd op de gevaareigenschappen van stoffen, de zogeheten intrinsieke stofeigenschappen. Prioritaire stoffen zijn stoffen met de volgende eigenschappen:

  1. Bewezen kankerverwekkend (carcinogeen), mutageen of reprotoxisch stoffen (CMR) of
  2. Bewezen persistent, bioaccumulerend én toxische stoffen (PBT) of zeer persistent én zeer bioaccumulerende stoffen (zPzB) of,
  3. Stoffen met vergelijkbare ernstige eigenschappen

De definitie van prioritaire stoffen in Nederland volgt de definitie van zeer zorgwekkende stoffen in de REACH verordening (artikel 57).
Voor een aantal stoffen is stofspecifiek beleid in Europa of in Nederland van kracht. Voor deze stoffen zijn al doelen, maatregelen en overwegingen per stof of stofgroep gemaakt. Bijvoorbeeld voor asbest, fijn stof en ozonlaagafbrekende stoffen. Deze stoffen worden verder niet meegenomen in de maatregelen en monitoring van het prioritaire stoffenbeleid.

De komende periode gaat een werkgroep aan de slag met de praktische uitwerking van het beleid. De werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, vergunningverlening, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, RIVM en Kenniscentrum InfoMil.

 

Hoofdmenu

Zoeken